Tech Insights

Is PHP in 2026 écht nog de beste keuze voor een miljoenenplatform?

Auteur: Bob Kosse
Tags:
Open Source
Softwareontwikkeling
Leestijd: 9 minuten

Als je online gaat zoeken naar de voordelen van PHP, dan ga je er enorm veel vinden. Ongeveer 71% van de webapplicaties draait op PHP. Het is een bewezen taal die ook door de grote bedrijven wordt gebruikt en frameworks als Laravel en Symfony maken PHP de taal to go op het web.

Als je online gaat zoeken naar de nadelen van PHP, dan ga je er ook enorm veel vinden. PHP is traag ten opzichte van concurrenten. PHP heeft de historische naam niet typesafe te zijn, waardoor er fouten in de uitvoer kunnen ontstaan, en PHP is een oude taal die inmiddels een beetje achterhaald is door eenvoudigere concurrenten.

Wanneer je deze 2 resultaten naast elkaar houdt, kun je maar tot 1 conclusie komen: 'Ik heb geen idee of PHP in 2026 écht nog de beste keuze is voor een miljoenenplatform…’ Daarom ga ik je in dit artikel meenemen in de verschillen tussen PHP en andere talen en zal ik de vraag zo eerlijk mogelijk voor je beantwoorden.

De keuze is reuze

Wanneer je echt op zoek gaat naar de mogelijkheden voor het ontwikkelen van webgebaseerde applicaties, kom je er enorm veel tegen. Er zijn talen die zich primair richten op webontwikkeling, er zijn scripttalen die zeer goed zijn in webontwikkeling, en er zijn zelfs talen die eigenlijk vallen onder systeemtalen, maar toch erg geschikt zijn voor het ontwikkelen van webapplicaties.

Om een beetje richting te geven en de vergelijking niet te complex te maken, richt ik me in dit artikel op 3 grote concurrenten van PHP: Golang, Node.js en Python. 3 talen die zich absoluut hebben bewezen als solide programmeertaal en die, net als PHP, erg goed zijn voor het bouwen van webapplicaties.

Golang

Laat ik starten met Golang (Go), een door Google ontworpen en onderhouden programmeertaal. Laat je echter niet afschrikken door de connectie met Google. Go zelf is een opensourceprogrammeertaal waarvan de broncode op GitHub staat. Als je dus echt los wilt komen van Google, kun je de repository clonen en zelf beheren.

Google maakt zelf veel gebruik van Go in zijn eigen omgeving. Ook systemen als Kubernetes en Terraform zijn met Go ontwikkeld. Dit maakt direct inzichtelijk hoeveel er met deze taal mogelijk is. Daarnaast is het een vrij eenvoudige taal. Het bestaat uit slechts 25 gereserveerde keywords en heeft een eenvoudig te lezen syntax.

Wat Go echt goed maakt, is de architectuur. Het is een gecompileerde (typed) taal en genereert enorm lichtgewicht uitvoerbare bestanden. Een volledige web-API met ingebouwde webserver kan bestaan uit slechts 1 uitvoerbaar bestand.

The good and the bad

Go is erg goed in het gelijktijdig uitvoeren van processen en levert een enorm hoge performance. Met goroutines voer je moeiteloos honderdduizenden verzoeken gelijktijdig uit met minimale inspanning van de CPU en met minimaal geheugengebruik. Om die reden wordt Go dan ook vaak ingezet voor schaalbare oplossingen en microservices.

Het grote verschil met PHP is dat er bij PHP voor ieder request de applicatie opnieuw ‘gestart’ wordt. Wanneer er dus 100 bezoekers gelijktijdig de applicatie openen, maakt PHP traditioneel 100 kopieën in het geheugen (met oplossingen als Octane / FrankenPHP / Swoole is dat trouwens ook verleden tijd). Go doet dit efficiënter en blijft werken vanuit de enige kopie die het nodig heeft om de applicatie uit te voeren.

Aan al dit performancegeweld zit ook een schaduwzijde. Doordat het bewust minimalistisch is, zul je als developer meer zelf moeten ontwikkelen. Waar een PHP-framework als Laravel standaardzaken als autorisatie, routing en databaseafhandeling al voor je geregeld heeft, moet je dit bij Go zelf bouwen of zoeken naar verschillende packages die bij elkaar passen. Dit zorgt voor een tragere time-to-market.

Node.js

Net als PHP is Node.js een scripttaal die op de server wordt geïnterpreteerd. Daar waar Go een uitvoerbaar bestand als programma heeft, heeft Node.js een script dat bij de aanroep wordt geïnterpreteerd en wordt uitgevoerd.

Een Node.js-applicatie maakt gebruik van de V8-engine, de opensource, high-performance JavaScript- en WebAssembly-engine van Google. Deze is geschreven in C++ en is daardoor enorm snel in het uitvoeren van taken.

The good and the bad

Doordat Node.js de taken a-synchroon uitvoert, blinkt het uit in real-timeapplicaties en applicaties met I/O-intensive workloads. Denk hierbij aan systemen voor livechats, streamingplatforms, samenwerkingsplatformen zoals Figma of Notion en dashboards die constante WebSockets gebruiken. Daarnaast is een groot voordeel dat het dezelfde taal (TypeScript/JS) deelt met de frontend.

Het grote verschil met PHP is de manier om verzoeken te verwerken. PHP verwerkt verzoeken standaard synchroon en sluit het proces na elk verzoek direct af. Dit is met tools als Octane tegenwoordig wel te overbruggen trouwens. Node houdt de serverloop juist open. Dit maakt langdurige actieve verbindingen extreem goedkoop.

Natuurlijk heeft dit ook een schaduwzijde. Bij zware CPU-taken, zoals berekeningen, kan de single-threaded event-loop van Node blinderen of blokkeren. Ook is het ecosysteem van npm-packages berucht om zijn dependency-chaos. Wanneer je 1 specifieke package nodig hebt, is het niet ongebruikelijk dat je er ‘gratis’ vele extra packages bij krijgt.

Python

Tot slot kijken we nog naar Python. Net als PHP en Node.js is dit een geïnterpreteerde taal. De code wordt dus niet, zoals bij Go, eerst gecompileerd tot een uitvoerbaar bestand. Ook is Python dynamically typed. Een variabele kan dus eenvoudig van soort wijzigen als dit in de code nodig is.

The good and the bad

Python wordt de laatste tijd steeds vaker genoemd. Niet heel verwonderlijk, want het is bijna de standaardtaal binnen AI, machine learning en data-infrastructuur. Onderwerpen die door alle large language models (LLMs) op dit moment veelvuldig in het nieuws zijn. De taal Python is voor dat soort toepassingen dan ook de absoluut beste keuze.

Als je een framework als Django voor Python vergelijkt met een framework als Laravel voor PHP, ontlopen die elkaar qua pure webperformance niet zo heel veel. Het grote verschil zit hem in de bibliotheken die je kunt gebruiken. Python is absoluut dominant als het gaat om de wereld van LLM-integraties en datatransformaties.

Ook bij Python zit er een schaduwzijde als je dit voor een webproject wilt gebruiken. Normale web-API's en CRUD-applicaties zijn in Python vaak trager dan in PHP. Daarnaast verbruiken ze meer geheugen dan een moderne PHP-applicatie met Opcache en JIT.

Tijd voor vergelijk

We hebben de verschillende talen bekeken en vergeleken. Laten we alles eens onder elkaar in een overzicht zetten. Ik heb de beoordeling op verschillende criteria gemaakt, zodat we precies kunnen zien waar iedere taal in uitblinkt.

PHP (8.4/8.5 + Laravel)

  • Time-to-market: Extreem Hoog
  • Raw Performance / Concurrency: Goed (Uitstekend met Octane)
  • Geschikt voor AI & Data: Matig (vaak via APIs)
  • Beschikbaarheid developers: zeer groot Complexiteit van het ecosysteem: Laag (Monoliet-vriendelijk)

Go

  • Time-to-market: Gemiddeld
  • Raw Performance / Concurrency: Onverslaanbaar
  • Geschikt voor AI & Data: Matig
  • Beschikbaarheid developers: schaars / duur
  • Complexiteit van het ecosysteem: Laag (Microservices)

Node.js (TS)

  • Time-to-market: Hoog
  • Raw Performance / Concurrency: Uitstekend (I/O)
  • Geschikt voor AI & Data: Redelijk
  • Beschikbaarheid developers: zeer groot
  • Complexiteit van het ecosysteem: Hoog (npm dependency chaos)

Python (FastAPI/Django)

  • Time-to-market: Hoog
  • Raw Performance / Concurrency: Matig
  • Geschikt voor AI & Data: Koning
  • Beschikbaarheid developers: zeer groot
  • Complexiteit van het Ecosysteem: Gemiddeld

Het antwoord

Nu het antwoord op de grote vraag: “is PHP in 2026 écht nog de beste keuze voor een miljoenenplatform?” In mijn optiek is het enige eerlijke antwoord: dat hangt ervan af.

Zoals je ziet, blinkt elk systeem uit in bepaalde eigenschappen. Ieder systeem heeft zijn eigen unieke pluspunten en minpunten. Daarmee kunnen we dus niet simpelweg het beste platform voor ons miljoenenplatform kiezen. Ik ben ook van mening dat de keuze nooit zou moeten draaien om de techniek, maar om wat we willen bouwen.

Het beste platform bestaat dus simpelweg niet, de beste fit voor jouw project wel. In 80% van de enterpriseplatformen is PHP in 2026 nog steeds de méést kostenefficiënte keuze. Dit heeft vooral te maken met de ontwikkelsnelheid (zeker met frameworks als Laravel), time-to-market en onderhoudbaarheid. Vaak zijn deze kosten, zeker bij grote projecten, hoger dan de serverkosten. De performancewinst die je met een Go-applicatie pakt, verdien je met PHP terug in de kosten voor onderhoud. Ter vergelijking: wat je in PHP met een Laravel-framework in circa 3 maanden bouwt, kost je in Go al snel 9 maanden.

Moet je wel kiezen?

Misschien is dit wel de meest waardevolle vraag uit dit artikel. Vaak hoor ik developers of agencies roepen dat ze een applicatie gaan bouwen met een bepaald platform. Bijvoorbeeld in Laravel of Django. En dat is in eerste instantie een logische gedachte, maar voor een echt groot project vaak niet de meest slimme keuze.

Bij grote projecten wordt er zelden meer gekozen voor het gebruik van 1 taal of 1 platform. De ideale architectuur in 2026 bestaat vaak uit meerdere componenten die samenwerken. Bijvoorbeeld een kern gebouwd in Laravel die zorgt voor businesslogica, abonnementafhandeling, autorisatie, enz. Daar komt dan een Go-microservice bij voor de zware streaming of datapipes en een Python-service voor AI-features.

Conclusie

Kijk dus niet als eerste naar de taal wanneer je werkt aan je volgende miljoenenplatform. Verdeel eerst je applicatie in logische componenten. Wat zijn de ‘standaard’ onderdelen? Welke onderdelen hebben hele speciale functies als het verwerken van veel data, streaming of AI-intergratie?

Zoek per component de juiste oplossing op het gebied van programmeertaal en framework. Door vervolgens gebruik te maken van open standaarden voor het koppelen van de applicaties, ontwikkel je een miljoenenplatform dat daadwerkelijk miljoenen gebruikers aan kan, terwijl het schaalbaar en onderhoudbaar blijft.